Test cultuur 1-4 (A1-A2) door Talen1 | aug 13, 2026 | 0 Reacties Welcome to your Test cultuur 1-4 (A1-A2) Name Email Business 1. Wat is het meervoud van "fiets"? A. Fiets B. Fietsen C. Fietser D. Fietsers Geen 2. Wat is de tegenwoordige tijd van "fietsen" voor 'zij' (enkelvoud)? A. Fiets B. Fietste C. Fietsen D. Fietst Geen 3. Wat is het juiste lidwoord voor "fiets"? A. De B. Het C. Een D. Dit 4. Wat is het tegenovergestelde van "hoog"? A. Lang B. Klein C. Diep D. Laag Geen 5. Wat is de overtreffende trap van "groot"? A. Groot B. Groter C. Grootst D. Grootste Geen 6. Wat hebben veel mensen in Nederland? A. Een auto B. Een fiets C. Een boot D. Een huis Geen 7. Waar fietsen kinderen vaak heen? A. Naar school B. Naar werk C. Naar de winkel D. Naar het park Geen 8. Waarom is fietsen gemakkelijk in Nederland? A. Het is goedkoop B. Het land is plat C. Er zijn tunnels D. Er is veel zon Geen 9. Wat doen mannen met fietsen in het water? A. Ze repareren ze B. Ze halen ze eruit C. Ze verkopen ze D. Ze laten ze liggen Geen 10. Wat dragen mensen als het regent? A. Korte broek B. Regenkleding C. Zonnebril D. Sandalen Geen Vorige Start Quiz Volgende Time's up Reactie verzenden Reactie annulerenJe e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *Reactie * Naam * E-mail * Site Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.