Wegwijs
in Nederland
Teksten 5 tot en met 8
op A1-A2 niveau over:
- Afvalscheiding
- Burgerservicenummer
- Uitzendbureaus
- Parttime en fulltime werken
Afvalscheiding
Luister naar de tekst
In Nederland scheiden de mensen afval. Afval is vuilnis en rommel. De mensen scheiden afval voor het milieu.
Er zijn vier soorten afval. De eerste soort is papier. Mensen scheiden papier zoals kranten en oud karton. De tweede soort is plastic. Dit zijn flessen en plastic zakken. De derde soort is glas. Dit zijn glazen flessen en potten. De vierde soort is gft. Dit zijn etensresten en tuinafval.
Op straat staan verschillende bakken. Er is een bak voor papier. Er is een bak voor plastic. Er is een bak voor glas. Er is een bak voor gft. De mensen gooien het afval in de juiste bak.
Dit is goed voor de natuur. Zo maken de mensen het afval minder groot. Zo kunnen mensen dingen opnieuw gebruiken. Van papier maken de mensen weer nieuw papier. Van plastic maken de mensen weer nieuwe dingen van plastic. Glas maken de mensen weer tot nieuwe glazen flessen. En van Gft maakt men compost. Compost gebruiken mensen in de tuin.
Afval scheiden is belangrijk. De mensen leren kinderen afval scheiden. Ook scholen doen mee aan het afval scheiden. Zo leren de kinderen het.
Afval scheiden houdt Nederland schoon. De mensen doen dit elke dag. Iedereen helpt mee. Dit maakt Nederland schoon en mooi.
Vragen bij de tekst
Inhoudelijke vragen
1. Wat scheiden de mensen in Nederland?
a) Groente
b) Afval
c) Kleding
d) Auto’s
2. Hoeveel soorten afval zijn er?
a) Twee
b) Drie
c) Vier
d) Vijf
3. Waarvoor scheiden de mensen afval?
a) Voor de auto
b) Voor het milieu
c) Voor de school
d) Voor de winkel
4. Wat is gft?
a) Plastic fles
b) Glas
c) Etensresten
d) Papier
5. Wat wordt van oud papier gemaakt?
a) Glas
b) Compost
c) Nieuw papier
d) Tuinafval
Taalkundige vragen
6. Wat betekent “scheiden”?
a) Mengen
b) Weggooien
c) Sorteren
d) Bewaren
7. Wat is het juiste meervoud van “bak”?
a) Bake
b) Baken
c) Baks
d) Bakken
8. Wat is de juiste vorm van “gooien” in de volgende zin: “De mensen ____ het afval in de bak.”
a) Gooit
b) Gooien
c) Goien
d) Gooi
9. Wat betekent “milieu”?
a) Winkel
b) Natuur
c) Glas
d) Vuilnis
10 Wat is de juiste vorm van het werkwoord in de zin: “Kinderen ____ afval scheiden.”
a) Moet
b) Moeten
c) Moest
d) Moesten
Antwoorden bij de vragen
-
-
-
- b
- c
- b
- c
- c
-
-
-
-
-
- c
- d
- b
- b
- b
-
-
Burgerservicenummer
Luister naar de tekst
Het burgerservicenummer (BSN) is erg belangrijk. Het is een persoonlijk nummer. Elke Nederlander heeft een BSN. Ook veel buitenlanders hebben een BSN. De overheid geeft het BSN. Het BSN helpt de overheid mensen te identificeren.
Een BSN heeft negen cijfers. Je krijgt een BSN bij het gemeentehuis. Bijvoorbeeld, als je in Nederland komt wonen. Je schrijft je in bij de gemeente. Dan krijg je een BSN.
Dit nummer staat op je identiteitskaart. Ook op je paspoort staat je BSN. Soms staat je BSN op brieven van de overheid. Ook staat je BSN op je salarisstrook.
Je gebruikt je BSN vaak. Bijvoorbeeld bij de dokter. Ook bij de tandarts geef je je BSN. En bij het ziekenhuis gebruik je een BSN. Overal waar je zorg krijgt, gebruik je dit nummer.
Ook bij je werk gebruik je je BSN. Je werkgever heeft je BSN nodig. De belastingdienst gebruikt ook je BSN. De belastingdienst is van de overheid.
Het BSN is altijd vertrouwelijk. Geef je BSN niet zomaar weg. Deel het alleen met betrouwbare personen.
Samenvatting:
- Het BSN is een persoonlijk nummer.
- Elke Nederlander heeft een BSN.
- Het BSN heeft negen cijfers.
- Je krijgt het bij de gemeente.
- Je gebruikt het bij de dokter.
- Het BSN is vertrouwelijk.
Vragen bij de tekst
Inhoudelijke vragen
- Wat is een BSN?
a. Een persoonlijk nummer.
b. Een huisadres.
c. Een bankrekeningnummer.
d. Een telefoonnummer. - Waar staat BSN voor?
a. Bankservice Nederland
b. Bestendig nummer
c. Burgerservicenummer
d. Bedrijfsnummer - Waar krijg je een BSN?
a. Bij de tandarts
b. Bij het gemeentehuis
c. Bij de supermarkt
d. Bij de school - Hoeveel cijfers heeft een BSN?
a. Vijf
b. Acht
c. Tien
d. Negen - Wat betekent “vertrouwelijk”?
a. Iedereen mag het weten
b. Je moet het geheim houden
c. Het is onbelangrijk
d. Het is voor een groep
Taalkundige vragen
- Wie geeft het BSN?
a. De dokter
b. De tandarts
c. De huisarts
d. De overheid - Waar staat je BSN op?
a. Op je schoolagenda
b. Op je identiteitskaart
c. Op je boodschappenlijst
d. Op je rijbewijs - Bij wie gebruik je een BSN?
a. Bij de dokter
b. Bij de supermarkt
c. Bij de school
d. Bij de sportclub - Heeft iedereen een BSN?
a. Ja, elke Nederlander
b. Nee, alleen studenten
c. Nee, alleen toeristen
d. Nee, alleen werknemers - Is het BSN belangrijk?
a. Ja, het is erg belangrijk
b. Nee, het is onbelangrijk
c. Soms is het belangrijk
d. Alleen in het buitenland is het belangrijk
Antwoorden bij de vragen
-
-
-
- a
- c
- b
- d
- b
-
-
-
-
-
- c
- ba
- a
- a
- a
-
-
Uitzendbureau
Luister naar de tekst
Een uitzendbureau helpt mensen. Zij zoeken werk voor mensen. Het is in Nederland erg populair. Mensen werken via een uitzendbureau. Dit heet uitzendwerk.
Wat doet een uitzendbureau? Zij zoeken werk voor mensen. Zij praten met bedrijven. Zij kennen veel bedrijven. Bedrijven hebben mensen nodig. Het uitzendbureau helpt snel. Mensen werken vaak tijdelijk. Dit noemen wij tijdelijke banen.
Waarom zijn er zoveel uitzendbureaus? Veel mensen zoeken werk. Niet iedere dag is er werk. Soms is er een klus. Voor korte tijd. Dit vindt een bedrijf fijn. Een uitzendbureau helpt snel. Zij kennen veel mensen. Zij kennen veel bedrijven. Daarom zijn er veel uitzendbureaus.
Wat is het verschil met gewoon werken? Bij gewoon werk heb je zekerheid. Je werkt vast voor een bedrijf. Een contract geeft zekerheid. Bij uitzendwerk is dit anders. Je hebt geen vast contract. Je werkt tijdelijk. Soms een dag. Soms een week. Misschien langer. Maar altijd tijdelijk.
Een uitzendbureau helpt ook met salaris. Zij betalen op tijd. Ook bij ziekte krijg je geld. Dit is fijn voor mensen. Dit helpt veel mensen. En dit is belangrijk.
Veel mensen werken via een uitzendbureau. Zij leren het bedrijf kennen. Soms krijgen zij vast werk. Dit is een kans. Het is handig voor bedrijven. Het is makkelijk voor mensen. Iedereen is blij.
Vragen bij de tekst
Inhoudelijke vragen
1. Wat doen uitzendbureaus?
a) Zoeken werk
b) Geven eten
c) Bouwen huizen
d) Verkopen auto’s
2. Wat is een tijdelijke baan?
a) Een vaste baan
b) Een baan voor korte tijd
c) Een lange baan
d) Een vreemde baan
3. Waarom zijn er veel uitzendbureaus?
a) Mensen zoeken eten
b) Bedrijven vragen om hulp
c) Iedereen wil studeren
d) Bedrijven geven niks
4. Wat doen uitzendbureaus voor bedrijven?
a) Zoeken werknemers
b) Betalen de huur
c) Maken eten klaar
d) Vinden huizen
5. Wat krijgen mensen via uitzendbureaus?
a) Vakantie
b) Werk
c) Spullen
d) Boeken
Taalkundige vragen
6. Wat betekent “altijd tijdelijk”?
a) Lange tijd
b) Soms een dag of week
c) Voor altijd
d) Vaste tijd
7. Wat doet een uitzendbureau met salaris?
a) Helpen met betalen
b) Betalen geen geld
c) Nemen geld weg
d) Geven geen salaris
8. Waarom werken mensen via een uitzendbureau?
a) Voor vast contract
b) Voor tijdelijk werk
c) Voor geen werk
d) Voor gratis eten
9. Wat gebeurt soms na uitzendwerk?
a) Krijg je vast werk
b) Krijg je geen werk
c) Krijg je gratis huis
d) Krijg je niks
10. Wie is blij met uitzendbureaus?
a) Niemand
b) Alleen bedrijven
c) Iedereen
d) Alleen uitzendbureaus
Antwoorden bij de vragen
-
-
-
- a
- b
- b
- a
- b
-
-
-
-
-
- b
- a
- b
- a
- c
-
-
Parttime & fulltime werken
Luister naar de tekst
In Nederland werken mensen op verschillende manieren. Sommige mensen werken fulltime. Dit betekent dat zij elke week vijf dagen werken. Anderen werken parttime. Dit betekent dat zij minder dan vijf dagen werken.
Heb je een parttime baan? Dan werk je bijvoorbeeld drie of vier dagen. Veel mensen kiezen voor parttime werk. Dit kan om verschillende redenen.
Sommige mensen hebben kinderen. Zij willen bij hun kinderen zijn. Andere mensen studeren. Zij hebben tijd nodig voor hun studie. Ook zijn er mensen die willen reizen. Parttime werk geeft hen meer vrijheid.
Fulltime werk heeft ook voordelen. Je verdient meer geld. Je hebt vaak betere arbeidsvoorwaarden. Dit zijn bijvoorbeeld vakantiedagen en pensioen.
In Nederland zijn er veel banen. Mensen kunnen werken in de zorg, in de techniek of in de horeca. De keuze is groot. Werkzoekers vinden vaak een baan die bij hen past.
De meeste mensen zijn gelukkig met hun werk. Veel mensen kiezen ook voor een balans tussen werk en privé. Gelukkig zijn in je werk is belangrijk.
Vragen bij de tekst
Inhoudelijke vragen
Wat betekent fulltime werken?
a) Minder dan vijf dagen werken
b) Elke week vijf dagen werken
c) Altijd thuis blijven
d) Slecht betaald werken
2. Waarom kiezen mensen voor parttime werk?
a) Omdat ze meer willen verdienen
b) Omdat ze vaak willen reizen
c) Omdat ze geen baan willen
d) Omdat ze van computers houden
3. Heeft fulltime werk altijd voordelen?
a) Nee, dat is niet waar
b) Ja, je verdient meestal meer geld
c) Ja, je werkt nooit thuis
d) Nee, het is altijd slecht
4. Wat zijn arbeidsvoorwaarden?
a) Gewone werkuren
b) Extra vakantiedagen en pensioen
c) Officiële papieren
d) Een gesprek met de baas
5. In welk werkgebied werken mensen?
a) In de politiek
b) In de zorg, techniek of horeca
c) Op scholen
d) Alleen thuis
Taalkundige vragen
6. Wat is de verleden tijd van “werken”?
a) Werkte
b) Werken
c) Werkt
d) Werk
7. Welke zin is juist?
a) Ik werk drie dagen.
b) Ik werken drie dagen.
c) Ik werkde drie dagen.
d) Ik werk je drie dagen.
8. Wat is de betekenis van “parttime”?
a) Heel veel werken
b) Minder dan fulltime werken
c) Nooit werken
d) Werken zonder salaris
9. Bij werk in de zorg help je
a) Klanten met eten
b) Zieke mensen
c) Collega’s met studie
d) Mensen met geld
10. Welke tijd is deze zin: “Zij werken in de horeca”?
a) Verleden tijd
b) Toekomende tijd
c) Tegenwoordige tijd
d) Geen tijd
Antwoorden bij de vragen
-
-
-
- a
- b
- b
- a
- b
-
-
-
-
-
- b
- a
- b
- a
- c
-
-
